“Het is toch veel lekkerder als je buurt schoon is?”
Al tijden ergerde Mercedes van de Graaf zich eraan: het zwerfafval rond haar woning op het Jacques Urlusplein. Maar erover mopperen, dát lost niets op, wist ze. Dus kocht ze een prikstok en ging ze aan de slag met opruimen, samen met haar man Demitri. “Tuurlijk, je kunt de andere kant opkijken, maar Irado kan ook niet overal tegelijk zijn.”
Zodra Mercedes de voordeur achter zich dichttrekt, ziet ze het al: een leeg snoepzakje tussen de struiken tegenover haar woning. Handig steekt ze haar prikstok door een van de gaten in het hekwerk voor de struiken en pakt de rommel weg. Twee seconden later ligt het snoepzakje al waar het hoort: in de vuilniszak. “Zo eenvoudig is het”, lacht ze.
Handje meehelpen
Mercedes en Demitri houden van aanpakken. Samen hebben ze een schildersbedrijf waarin ze lange dagen maken. Toch maken ze tijd vrij om hun buurt schoon te houden. Bijna een jaar geleden adopteerden ze ook de drie ondergrondse afvalcontainers verderop in de straat. “Ik zag een oproep van Irado in het Nieuwe Stadsblad”, vertelt Mercedes. “Ze zochten mensen die samen met hen de omgeving van de afvalcontainers wilden schoonhouden. Ik dacht: als we dan toch al een handje meehelpen, kunnen we dat ook wel doen. Tuurlijk, je kunt ook de andere kant opkijken. Zo van: ik heb die rotzooi niet gemaakt. Maar het is toch veel lekkerder als je buurt schoon is? En Irado kan niet overal tegelijk zijn.”
Van Irado kregen Mercedes en Demitri een sleutel van de containers, een veger en blik, een bezem, handschoenen en een prikstok. Vooral met de prikstok is Mercedes blij. “De stok die ik zelf had gekocht, was van plastic. Die was al snel kapot. Deze is van een veel betere kwaliteit.” Ook de sleutel is handig. “Als er iets klem zit in de container, dan kunnen wij ‘m met deze sleutel openmaken en het probleem oplossen. Of de boel wat aanstampen, zodat er weer wat bij kan.”
Meeuwen en ratten
Ondertussen lopen Mercedes en Demitri al zwerfrommel prikkend naar de afvalcontainers. “Mercé, kijk hier”, wijst Demitri naar een stukje plastic dat even verderop nog tussen de struiken ligt. Ook dit stukje plastic belandt al snel in de vuilniszak. Eenmaal bij de containers aangekomen, kijken de twee tevreden in het rond. Er ligt nauwelijks zwerfafval. “Het ziet er nu goed uit”, zegt Demitri goedkeurend. “Maar dat is lang niet altijd het geval, hoor. Dan doen mensen hun volle vuilniszak niet in de container, maar zetten ze ‘m ernaast.” Mercedes snapt daar niks van. “Als de container vol is, dan neem je die zak toch weer mee terug naar huis? Of loop even naar een andere plek waar containers staan. Als je ‘m ernaast zet, komen er meteen meeuwen op af. Die scheuren de zak open en dan komt al dat vuil op straat terecht. Dat trekt ook weer ratten aan. Dat wil je toch niet?” Ze worden er weleens moedeloos van. Demitri: “Laatst hadden we het zaterdagochtend nog schoongemaakt. Was het ’s middags alweer vies.”
Hulp uit de buurt
Mercedes en Demitri houden nu ruim een jaar hun straat schoon. Dat gaat niet onopgemerkt. “We krijgen leuke reacties van de buren”, zegt Mercedes. “Laatst heeft voor de tweede keer iemand meegeholpen. En ook de buren direct naast ons prikten een tijdje terug een keer mee, samen met hun vierjarige dochtertje. Hartstikke fijn, want dan ben je sneller klaar. Ook leuk: op de jaarlijkse bedankdag van Irado kregen we een chocoladeplaatje van de Bonte Koe. En onlangs kregen we een compliment van de wijkbeheerder van Woonplus, die zag ons prikken.”
Mouwen opstropen
Ze hopen dat nog meer mensen in actie komen om hun buurt schoon te houden. Én dat buren zelf zorgen dat er minder zwerfafval op straat komt. Demitri: “Want uiteindelijk zijn het toch de mensen zelf die de rommel maken. Dáár moet verandering in komen.” Terug bij hun woning veegt hij met zijn bezem nog wat rommel bij elkaar. Daarna veegt hij alles op het blik en leegt het in de vuilniszak die Mercedes vasthoudt. “Weet je, het zou mooi zijn als andere mensen die ons bezig zien, denken: leuk dat ga ik ook doen”, zegt ze. “Want je kunt wel mopperen en schelden dat het een troep is, maar je mouwen opstropen en helpen, daar krijg je pas écht een beter gevoel van!”
